Op 10 maart 2011 zijn bij de raadsgriffie vragen binnen gekomen van de heer
Peter van der Vloet van de fractie VVD gericht aan de voorzitter van de Raad op grond van ex artikel 38 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Raad. Het college van Burgemeester en Wethouders beantwoordt de vragen als volgt.

 

Betreffende beantwoording schriftelijke vragen van de heer Peter van der Vloet (VVD) inzake marktverordening/branchering.

 

Het college van B&W heeft op 8 mei 2007 een branchering voor alle weekmarkten vastgesteld. De branchering is ingegaan op 22 mei 2007. 

Aanleiding voor de branchering is de dinsdagmarkt op het Van Heekplein. Deze loopt niet zo goed als de andere weekmarkten. De dinsdagmarkt is vooral in wintermaanden slecht bezet en heeft een overaanbod in bepaalde artikelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vraag 1: Heeft er een evaluatie plaatsgevonden sinds 2007? Zo ja, wat is de uitslag? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: De branchering is al enige tijd een punt van aandacht in de gesprekken van de gemeente met de Centrale Vereniging Ambulante Handel afdeling Enschede (CVAH). We hebben met de CVAH afgesproken om in april te starten met een evaluatie van de branchering.

Vraag 2: Bent u met ons van mening dat er nog mogelijkheden zijn om een verdere/betere impuls te geven aan de markten, specifiek de dinsdagmarkt?
Antwoord: Voor de dinsdagmarkt wordt op dit momen, als korte termijn maatregel, gekeken naar een andere indeling (meer compact) om het aanzicht van de markt te verbeteren. Voor de langere termijn willen we een visie opstellen over impulsen/kansen voor de warenmarkt. Intentie is om deze visie dit jaar op te stellen samen met de CVAH, de standplaatshouders en andere belanghebbenden.

Vraag 3: De brancheringslijsten voor de weekmarkten zijn in overleg met de marktbond (CVAH - De Centrale Vereniging Ambulante Handel afdeling Enschede) tot stand gekomen? Zo ja, hoe actueel is deze lijst? Zo nee, wie stelt deze dan op?
Antwoord: de bestaande branchering van de verschillende weekmarkten is inderdaad in overleg met de CVAH en met de standplaatshouders tot stand gekomen. Deze branchering is in 2007 vastgesteld door het college. Een evaluatie en een mogelijke aanpassing van de branchering wordt in april gestart.

Vraag 4: Wat zijn de mogelijkheden om de warenmarkten toegankelijker te maken voor ondernemers? En wat is het doel van de wachtlijsten in deze?
Antwoord: het toegankelijk maken van een markt voor ondernemers hangt in de huidige systematiek samen met fysieke beschikbaarheid van plekken en met de branchering die wordt gehanteerd. De zaterdagmarkt bijvoorbeeld bestaat voor bijna 100% uit vaste standplaatshouders. Als een standplaatshouder een keer zijn plek niet in neemt (bijvoorbeeld vanwege ziekte of vakantie), dan is het mogelijk om een zogenoemde meeloper op die plek te zetten. Een meeloper is een ondernemer die een dagplaats invult. Of de meeloper een plek krijgt hangt af van fysieke ruimte en van de branchering. Er wordt alleen een wachtlijst bijgehouden van standplaatshouders die versproducten aanbieden. Als er een standplaats vrijkomt in bijvoorbeeld aardappel/groente/fruit op de markt, wordt deze standplaats aangeboden aan de eerste ondernemer op de wachtlijst in die branche. Wij zullen de aspecten “verbetering van de toegankelijkheid” en het doel van wachtlijsten meenemen als onderdelen van de op te stellen visie op de warenmarkten.

Vraag 5: De opvolgregeling geeft deels bescherming, maar ook een belemmering? Is dat u bekend? Wat stelt u voor: Als werkzoekenden een kraam willen overnemen (als bedrijfsopvolging) ook recht hebben op de standplaats? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: op verzoek van de CVAH is in de marktverordening 2006 de bepaling over de opvolgmogelijkheden bij standplaatshouders verbreed. Ook medewerkers mogen sinds 2006 onder voorwaarden een standplaats overnemen. Bedrijfsovername zonder restricties is nog niet mogelijk op basis van de huidige Marktverordening. De situatie is in de loop van de jaren echter veranderd. Was het vroeger wenselijker om de mogelijkheden tot opvolging te beperken omdat er veel standplaatshouders beschikbaar waren voor een vrijgekomen plek, is het nu meer zaak om de standplaats gevuld te houden. Dit is dit een onderdeel dat we zeker meenemen in de eerstvolgende aanpassing van de Marktverordening. Deze aanpassing zal volgen op de visie op de warenmarkten.

Vraag 6: Artikel 29 lid 2 van de marktverordening geeft toelatingseisen m.b.t. een standwerkersplaats? Wordt hier gebruik van gemaakt? Zo ja, hoeveel en hoe vaak?
Antwoord: Vanwege de herstratingswerkzaamheden op het Van Heekplein zijn, in overleg met de CVAH en de standplaatshouders, in 2010 geen standwerkersplaatsen uitgegeven. Door de herstrating was alle mogelijke ruimte op het plein nodig om standplaatshouders tijdelijk te kunnen verplaatsen. De herstrating is nu zo ver gevorderd dat naar verwachting in april weer standwerkersplaatsen uitgegeven kunnen worden. Hiervoor wordt op dit moment in overleg met de CVAH gewerkt aan een nieuw standwerksprotocol.

Vraag 7: Artikel 30 lid 1 (in casu artikel 37a) is een zeer beklemmend art. is dit nog van deze tijd en zou deze niet anders geformuleerd moeten worden?
Antwoord: dit artikel heeft betrekking op het persoonlijk in moeten nemen van een standplaats. Voor meelopers wordt hier op gecontroleerd. Voor vaste standplaatshouders wordt hier iets soepeler mee omgegaan. Hier geldt dat de standplaatshouder verantwoordelijk is voor zijn kraam ookal staat hij er zelf misschien niet achter. Ook dit artikel wordt opnieuw bekeken en eventueel aangepast bij een aanpassing van de Marktverordening.

Vraag 8: Verzorgende (verzorgd aanzien) kraam is geregeld in artikel 38 lid 1, is hier wel eens op gewezen? Zo ja, hoe vaak?
Antwoord: de standplaatshouders zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor een verzorgd uitziende kraam. De marktmeester wijst standplaatshouders hier geregeld op.

Vraag 9: Is de warenmarkt kostendekkend? Zo ja, geldt dat ook voor de komende jaren? Zo nee, wat is de bijdrage van de gemeente aan de markten?
Antwoord: de begroting ambulante handel is in principe kostendekkend. Voor de ambulante handel werken we met een egalisatiereserve. Als in een jaar meer opbrengsten (met name marktgelden) worden behaald dan begroot, wordt dit gestort in een reserve. Als in een ander jaar meer kosten worden gemaakt dan begroot, wordt het tekort uit de reserve gehaald. De gemeente draagt zelf niets bij aan de warenmarkten.

 

Enschede, 29 maart 2011
Burgemeester en Wethouders van Enschede,

de Secretaris,     de Burgemeester,
M.J.M. Meijs         P.E.J. den Oudsten