Op 4 januari 2011 zijn bij de raadsgriffie vragen binnen gekomen van de heer Dennis Bouwman van de fractie PvdA en de heer Peter van der Vloet van de fractie VVD gericht aan de voorzitter van de Raad op grond van ex artikel 38 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Raad. Het college van Burgemeester en Wethouders beantwoordt de vragen als volgt.

 

Betreffende beantwoording schriftelijke vragen van de heer Dennis Bouwman (PvdA) en de heer Peter van der Vloet (VVD) inzake straatmuzikanten.

 

 

Vraag 1: Herkent het College de (toenemende) overlast van de straatmuzikanten, met name voor de mensen die in de directe omgeving wonen of werkzaam zijn?  

 

Antwoord: Het College is zich ervan bewust dat er mensen zijn die overlast van straatmuzikanten ervaren.

 

 

Vraag 2: Welke verantwoordelijkheid en bevoegdheden heeft de gemeente precies bij het optreden tegen hinderlijk geluidsoverlast van straatmuzikanten?

 

Antwoord: Tot en met 2008 was er een artikel gericht op feest, muziek en wedstrijd opgenomen in de APV. Straatmuziek mocht gemaakt worden met een vergunning van de burgemeester. Daaraan konden voorschriften/beperkingen verbonden worden, bijvoorbeeld ter voorkoming van overlast. In de praktijk werden er slechts sporadisch vergunningen aangevraagd, waardoor de meeste straatmuzikanten feitelijk illegaal musiceerden. Op dat moment werd er echter nauwelijks overlast ervaren, waarop uw Raad eind 2008 besloten heeft het betreffende artikel uit de herziene APV te schrappen. Sindsdien is er niets geregeld ten aanzien van straatmuzikanten.

 

Het schrappen van artikelen uit de APV, waaronder het artikel gericht op straatmuzikanten, komt voort uit de dereguleringsgedachte. Die vindt zijn oorsprong in het Bestuursakkoord tussen Rijk en Gemeenten waarin is afgesproken de administratieve lasten met minimaal 25% te reduceren. In 2005 hebben Netwerkstad Twente en het Ministerie van Economische Zaken een convenant gesloten. Daarin is afgesproken dat de gemeenten concreet invulling geven aan deregulering ter vermindering van de lastendruk voor het bedrijfsleven. Dit zou leiden tot minder administratieve rompslomp voor ondernemers, burgers én de gemeente. In Enschede is dit ingebed in het project Beter Geregeld, dat deel uitmaakte van de uitvoeringsagenda ‘Andere Overheid Enschede’. Concreet heeft dit geleid tot het schrappen van overbodig geachte regels, waaronder de regels betreffende straatmuzikanten.

 

 

Vraag 3: Navraag leert dat deze muzikanten weliswaar geen ventvergunning nodig hebben, maar wel maximaal drie kwartier mogen blijven zitten waarna ze zich minstens 150 meter van de eerdere locatie dienen te stationeren. Is dit correct? Indien dit juist is; in hoeverre vindt daadwerkelijk handhaving plaats. En in hoeverre is de eis van 150 meter realistisch om daadwerkelijk geluidsoverlast tegen te gaan?

 

Antwoord: Nee, dit is niet correct. De APV kent geen bepaling over een maximale verblijfsduur van 45 minuten voor straatmuzikanten. Evenmin is er een ‘150-meter bepaling’.

 

 

Vraag 4: In het artikel van de Tubantia wordt de suggestie gewekt dat deze 'straatmuzikanten' van harte welkom zijn in Enschede, dat de gemeente er niets tegen kan en wil doen omdat 'Het fenomeen straatmuzikant bij een grote stad hoort”. Klopt het dat het College vindt dat de gemeente hiertegen, en daarmee ook tegen (ernstige) hindergevende muziek, inderdaad niets kan en wil doen?

 

Antwoord: Wij zijn van mening dat straatmuziek de levendigheid en de aantrekkelijkheid van de stad vergroot. De hier betreffende muzikanten zijn dan ook net zo welkom in Enschede als andere straatartiesten. Dit betekent echter niet dat wij geen oog hebben voor mogelijke overlast die hiermee gepaard gaat. Echter, doordat het op straatmuzikanten gerichte APV-artikel eind 2008 door uw Raad is geschrapt, beschikken wij op dit moment niet over een handvat om eventuele overlast tegen te gaan.

Hierbij willen wij wel opmerken dat overlast een weinig objectief karakter heeft. Straatmuzikanten kunnen enige overlast veroorzaken. Evenals bij andere vormen van geluidsoverlast, bijvoorbeeld bij grote evenementen, is er hierbij wel sprake van enige subjectiviteit. Wat de één als hinderlijk ervaart, vindt de ander geen enkel probleem, en vice versa.

 

 

Vraag 5: Al in 2008 is het probleem door mevrouw Kronenburg (raadslid PvdA) kenbaar gemaakt bij het College. Wat is er sindsdien voor actie op ondernomen? Wat zijn de resultaten geweest van deze actie(s)?

 

Antwoord: Nadat Mevrouw Kronenburg in 2008 haar zorgen heeft geuit over toename van het aantal straatmuzikanten en de vrees voor overlast, is er gewerkt aan het opstellen van nadere regels ter invulling van de APV bepaling die zich hierop richtte. Deze werkzaamheden zijn uiteindelijk stopgezet omdat uw Raad eind 2008 heeft besloten het betreffende APV-artikel te schrappen. Sindsdien heeft het aantal uit de Balkan afkomstige straatmuzikanten een grote vlucht genomen die niet was (te) voorzien en ons heeft verrast.

 

 

Vraag 6: In het betreffende artikel wordt door een straatmuzikant zelf voorgesteld om optredens van straatmuzikanten te reguleren, zoals ook in Haaksbergen plaatsvindt. Op dit moment vinden wij het echter nog te vroeg om extra regelgeving op te stellen, ook omdat daarmee alle creatieve uitingen bij winkelcentra worden beperkt en wij bovendien van mening zijn dat eerst gekeken moet worden of er geen betere maatregelen zijn om de betreffende overlast tegen te gaan. Toch zal, als de situatie blijft zoals hij nu is, regulering onvermijdelijk zijn. Welke mogelijkheden ziet het College om eventueel tot regulering over te gaan, en welke consequenties heeft dit? Welke mogelijkheden zijn er om effectiever te kunnen handhaven? En welke mogelijkheden ziet het College verder om de betreffende overlast tegen te kunnen gaan?

 

Antwoord: Zoals hierboven ook reeds is aangegeven, vergroot straatmuziek de levendigheid en de gezelligheid van de stad. Mensen gelegenheid bieden zich op straat te uiten, stimuleert de creativiteit. Wij vinden dit gewenst. Tegelijkertijd constateren wij ook dat een alsmaar toenemend aantal straatmuzikanten voor hinder en overlast kan zorgen

 

In een afzonderlijke brief, die als bijlage bij onze beantwoording meegestuurd wordt, gaan wij nader in bovenstaande mogelijkheid én alternatieve mogelijkheden om de overlast aan te pakken. Wij stellen u voor op basis van deze mogelijkheden een discussie te voeren over de gewenste aanpak.   

 

 

Enschede, 24 januari 2011

 

Burgemeester en Wethouders van Enschede,

de Secretaris,   de Burgemeester,

                                                                                            

 

 

 

M.J.M. Meijs     M.A. van Hees, loco